Trainingstrektocht Ierland
Leerpunten voor de reis naar Santiago de CompostelaTer voorbereiding op onze tocht naar Santiago de Compostela zijn de leden van de Stichting Paard en Kracht op training gegaan in Donegal, Ierland. Zes dagen trekken door de Bluestack Mountains, zonder gids, van bed and breakfast naar pub, door veenmoerassen en over het strand… Een fantastische tocht, waarbij de foto’s voor zich spreken. (Zie Paard en Foto.)
Goed materiaal
Tijdens deze mooie trektocht door een ruig en
vrij verlaten landschap zijn we tegen een aantal zaken aangelopen, die ons
nog meer bewust maakten hoe belangrijk een goede voorbereiding is. Zo kreeg één
van de paarden de laatste dag een drukwond door het niet goed passende zadel. We
hebben de wond behandeld met de meegenomen jodium en zalf, maar beseften dat als
we al op weg waren geweest naar Santiago de Compostela, we zeker een week
rust hadden moeten nemen om de wond de gelegenheid te geven om te genezen.
Daarnaast hadden we onderweg een alternatief moeten zoeken voor het slecht
zittende zadel.
Het juiste type paarden
Ook bleken drie van onze vier paarden heel
ervaren trekpaarden te zijn; één paard was wat jonger (zes jaar), maar net zo
rustig van aard als de rest. Deze Ierse Hunters en de Connemara pony bleven
vrijwel altijd behoordlijk kalm, ook in stressvolle situaties als bij het
wegzakken met hun benen in de veenmoerassen (op twee delen van het traject
gebeurde dit regelmatig). Een minder ervaren of nerveuzer paard had wellicht de
benen genomen in een soortgelijke situatie. Dat betekent dat we de paarden die
we meenemen niet alleen goed moeten trainen, maar vooral moeten selecteren op
een goed, stabiel karakter en op leeftijd (tussen de vijf en vijftien jaar,
waarbij minimaal één paard ouder is dan tien
jaar).
Een ander vraagstuk voor onze tocht naar Santiago de
Compostela was het voer van de paarden. Bij elke bed and breakfast stonden de
paarden in een mooie, groene wei, en kregen deze grote paarden 's
ochtends en 's avonds zo'n twee kilo haver of biks. Nu stond het voer al klaar
als we aankwamen; straks moeten we het voer zelf regelen. We zullen dus goed na
moeten gaan wat voor en hoeveel voer onze paarden onderweg nodig hebben, en hoe
we dit logistiek gaan regelen. We willen tenslotte wel dat de paarden niet
alleen de 2500 kilometer halen maar ook weer gezond mee naar huis komen! We zijn
daarom nu van plan om voer van een sponsor op afstanden van ongeveer een
week rijden te laten bezorgen, en een pakpaard mee te nemen voor het verdere
vervoer van het voer.
Voor de hand liggend is het belang van goede, vrij
gedetailleerde kaarten en kennis van en ervaring met kaartlezen, waardoor
we maar één keer een 'alternatieve' route hebben gevolgd.
Kortom, we
hebben (weer) veel geleerd van deze trektocht, en dan spreken we nog niet eens
over het goed bepakken en verzorgen van de paarden, het beslaan van de hoeven,
laat staan over het vinden van water en eten of slaapplaatsen regelen (al
verheugen we ons nu al op de eerste nacht die we - al of niet vrijwillig -
onderweg in de buitenlucht zullen doorbrengen...).