Pelgrims te paard

De weg naar Santiago de Compostela

Al eeuwenlang is Santiago de Compostela een pelgrimsoord. In navolging van de vele pelgrims die vroeger te paard de routes naar het graf van Sint Jacobus volgden door Duitsland, België, Frankrijk en Spanje, willen wij (Jeannette en Margriet) van 31 maart tot augustus 2006 te paard deze pelgrimstocht maken. om geld in te zamelen voor de Maartenshoeve in Nijmegen.

Vroeger legden deze pelgrims vaak een deel van hun pelgrimage te paard af - of met ezel, muildier, koets, etc. In oude geschriften werd hen daarbij aangeraden om het eerste en laatste deel van de tocht te voet af te leggen. Tegenwoordig moet je, om een officiële pelgrimsoorkonde te krijgen, minimaal 300 km aansluitend met paard afgelegd hebben, en moet die 300 km eindigen in Santiago de Compostela. Wij willen, zoals pelgrims vroeger deden, ‘vanuit huis’ naar Santiago de Compostela reizen, een rit van circa vier maanden over een afstand van ongeveer 2500 kilometer.

De route

De route voert ons eerst over het Jacobspad, een historische pelgrimsweg in de grensstreek van Nederland en Duitsland, naar Maastricht. Via België en Noord-Frankrijk gaat de tocht naar Vézelay, waar we aansluiting vinden op één van de vier Camino’s Francés; oude pelgrimsroutes die ook nu nog veel belopen (en gefietst) worden, en waar reizigers onderdak kunnen vinden in speciale hostels. Vervolgens gaan we de Pyreneeën over om via de Spaanse hoogvlakte (of de alternatieve route langs de kust; dat hangt af van de weersvoorspellingen) in Santiago de Compostela te arriveren, waar de apostel Jacobus begraven zou liggen. Aansluitend rijden we nog even door naar zee, als zovele pelgrims voor ons, naar Finisterra: het einde van de wereld.

 

 

Het reisplan

Op 31maart 2006 vertrekken wij met drie paarden vanuit de Maartenshoeve in Nijmegen. In verband met het hoge eiwitgehalte van het groeiende gras is het voorjaar de beste tijd om met paarden te reizen. We zullen circa 30 km per dag afleggen, en 6,5 dag per week rijden. Dat komt neer op 195 km per week, gedurende 13 weken. Waar nodig kunnen we extra rust inlassen voor paarden en ruiters, omdat we ruim vier weken speling in ons plan ingebouwd hebben.

We willen zo veel mogelijk als de oude pelgrims op pad gaan: zonder van te voren gedetailleerd uitgestippelde routes en overnachtingen, maar wel op basis van een goede voorbereiding. Elke avond zullen we opnieuw een overnachting moeten regelen, ergens waar de paarden kunnen eten en rusten: boerderijen, maneges, pensionstallen, etc. Waar pelgrims vroeger hun paarden goed konden stallen bij hun logies, moeten wij in het moderne Europa extra voorzorgmaatregelen nemen om de paarden gezond te houden: we willen speciaal krachtvoer voor de paarden vooruit sturen naar adressen langs de route, en nemen een pakpaard mee voor het verdere vervoer van het voer. Daarnaast sturen we gedetailleerde kaarten van de route en – indien nodig - reservemateriaal vooruit. We nemen alles wat we nodig denken te hebben mee in zadeltassen; elk paard kan circa 25 % van zijn gewicht dragen; de ruiter daarbij inbegrepen. Dit betekent dat we licht bepakt zullen zijn, en afhankelijk zijn van wat we onderweg tegenkomen.