Pelgrims
te paard
Vroeger
legden deze pelgrims vaak een deel van hun pelgrimage te paard af - of met ezel,
muildier, koets, etc. In oude geschriften werd hen daarbij aangeraden om het
eerste en laatste deel van de tocht te voet af te leggen. Tegenwoordig moet je,
om een officiële pelgrimsoorkonde te krijgen, minimaal 300 km aansluitend met
paard afgelegd hebben, en moet die 300 km eindigen in Santiago de Compostela.
Wij willen, zoals pelgrims vroeger deden, ‘vanuit huis’ naar Santiago de
Compostela reizen, een rit van circa vier maanden over een afstand van
ongeveer 2500 kilometer.

Het reisplan
We willen zo veel mogelijk als de oude pelgrims op pad gaan: zonder van te voren gedetailleerd uitgestippelde routes en overnachtingen, maar wel op basis van een goede voorbereiding. Elke avond zullen we opnieuw een overnachting moeten regelen, ergens waar de paarden kunnen eten en rusten: boerderijen, maneges, pensionstallen, etc. Waar pelgrims vroeger hun paarden goed konden stallen bij hun logies, moeten wij in het moderne Europa extra voorzorgmaatregelen nemen om de paarden gezond te houden: we willen speciaal krachtvoer voor de paarden vooruit sturen naar adressen langs de route, en nemen een pakpaard mee voor het verdere vervoer van het voer. Daarnaast sturen we gedetailleerde kaarten van de route en – indien nodig - reservemateriaal vooruit. We nemen alles wat we nodig denken te hebben mee in zadeltassen; elk paard kan circa 25 % van zijn gewicht dragen; de ruiter daarbij inbegrepen. Dit betekent dat we licht bepakt zullen zijn, en afhankelijk zijn van wat we onderweg tegenkomen.
